Geschiedenis

Datum/PeriodeWat gebeurde er?
de 5e eeuw Het gebied behoort tot 450 n.C het Romeinse rijk. Na het uiteenvallen van het Romeinse rijk, loopt de grens van de overblijfselen van het Westelijke Rijk en Byzantium (Ooostelijke Rijk) door het gebied van het tegenwoordige Bosnië-Herzegovina. De 2 rijken en hun opvolgers betwisten het gebied.
de 7e eeuw De eerste Slaven betrekken het gebied vanuit het noord-oosten van Europa, en vormen diverse graafschappen en hertogdommen
de 9e eeuw Rond deze tijd ontstaan 2 nieuwe koninkrijken: Servië in het oosten en Kroatië in het westen.
plm. 1200 - 1389 Bosnië wordt geregeerd door edelen van het koninkrijk Hongarije, dat intussen ook heerst over het naburige Kroatië. Bosnië zelf is intussen een koninkrijk geworden. In het land zijn 3 religies: De Rooms-Katholieken, de Oost-Orthodoxen en een lokale Bosnische kerk (Bogumielen, die rond de 16e eeuw verdwijnt). Geen van drieëen heeft een overweldigende meerderheid, een reden waarom veel Bosniëers later zich eenvoudig tot de Islam bekeren
1389-1463 De slag van Kosovo-polje (merel-veld). De oprukkende Ottomanen (Turken), verslaan in een poging de Balkan te veroveren het Servische koninkrijk. Dit heeft enkele volksverhuizingen tot gevolg: Veel Serviërs vluchten naar Bosnië toe. Albanezen trekken het leeggeraakte Kosovo binnen, en de islam wordt daar de voornaamste religie.
Bosnië kan de Turkse legers nog lang buiten houden, maar in 1463 wordt ook Bosnië-Herzegovina een deel van het Ottomaanse rijk. (Eyalet Bosna)
1463-1878 De islam wordt de belangrijkste godsdienst in Bosnië, en de Turken oefenen veel invloed uit op het dagelijks leven, op de taal en de architectuur. Ondanks deze overheersing, is er in bepaalde mate van godsdienstvrijheid, zodat er minderheden blijven bestan die katholiek of Servisch-orthodox blijven. Toch bekeren veel mensen zich tot de islam, omdat dat in die periode veel voordel biedt. Daarom blijft Bosnië een multi-etnische staat, met de islam als belangrijkste godsdienst. Er breekt een tijd aan van vrede, maar vooral van economische voorspoed: Er is veel handel met de rest van het Ottomaanse rijk, maar ook met Venetië en Dubrovnik. De Turken sluiten een deal met Dubrovnik: In ruil voor een uitgang naar zee, beschermen de Turken Dubrovnik tegen Venetië. Deze uitgang heet Neum, en zorgt er tegenwoordig nog altijd voor dat Dubrovnik en omgeving door Neum wordt gescheiden van de rest van Kroatië.
Eind 19e eeuw proberen de grote mogendheden van Europa op dat moment (Duitsland, Oostenrijk-Hongarije) om de macht van het rijk te breken. Het lukt niet geheel, maar omdat ook het Turkse leger verzwakt raakt, wordt er in 1878 in Berlijn een akkoord gesloten: Geen oorlog, maar Bosnië komt onder Oostenrijks-Hongaars gezag te staan, en buurlanden (o.a. Servië) krijgen onafhankelijkheid.
1878-1914 Bosnië-Herzegovina wordt een provincie van het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk. Het land wordt direct 'verbouwd' volgens de dan heersende kolonisatiementaliteit: Scholen, wegen en spoorlijnen worden gebouwd. Aan de andere kant, emigreren veel moslims naar het oosten, naar gebieden die nog onder het Ottomaanse rijk vallen, om de onzekere toekomst te ontlopen. Andere volkeren en religies krijgen daardoor meer macht. Met name Serviërs proberen de macht van het rijk te doorbreken, en meer invloed in deze provincie te verkrijgen.
28 juni 1914 De troonopvolger van het Oostenrijk-Hongaarse keizerrijk, Frans Ferdinand, bezoekt Sarajevo met het oog de spanningen te verminderen. In de stad wordt hij doodgeschoten door een Servische nationalist die bang is voor de Oostenrijks-Hongaarse aanspraken op Servië, Gavrilo Princip. De spanningen in Europa ontladen zich, Oostenrijk-Hongarije verklaart de oorlog aan Servië waardoor een kettingreactie ontstaat aan oorlogsverklaringen en de 1e Wereldoorlog een feit is.
1918 Na het einde van de 1e Wereldoorlog houdt het Oostenrijks-Hongaarse keizerrijk op te bestaan. De provincies Slovenië, Kroatië, Bosnië-Herzegovina, en het koninkrijk Servië worden met Montenegro en Macedonië samengevoegd tot het Koninkrijk der Serviërs, Slovenen en Kroaten, in 1923 wordt dit omgedoopt tot Koninkrijk Joegoslavië. Het schiereiland Istrië en delen van het huidige Slovenië komen onder Italiaans bewind.
Hoewel er ook op in Bosnië-Herzegovina veel grondgebied gevochten is, is er relatief weinig schade, en pakt met het leven zo snel mogelijk weer op. De nieuwe koning preekt verzoening tussen de volkeren van Joegoslavië, maar gedraagt zich steeds dictatorialer. Het komt tot bewegingen tegen de koning, en zelfs tot moord in het Franse Nice. Door de wereldwijde ontstane crisis groeien de nationalistische en communistische bewegingen
1941 De 2e Wereldoorlog bereikt ook Joegoslavië met Duitse bombardementen op Belgrado. Joegoslavië wordt verdeeld onder de Duiters, Italianen en Bulgaren. Zowel in Kroatië (geleid door Pavelić) als in Servië (geleid door Mihailović) worden fascistische, pro-Duitse regimes geïnstalleerd. Deze regimes gaan hard tekeer tegen politieke tegenstanders in concentratiekampen. Vooral zigeuners, joden en, afhankelijk van het gebied, Serviërs en Kroaten moeten het ontzien. Moslims in Bosnië worden gedoogd: Ze worden, afhankelijk van onder welk regime men valt, ingedeeld als "islamitische" Serviër of Kroaat. Al gauw leidt tot verzet van zowel andere extremistische groepen als communisten
29 november 1943 De communistische partizanen, een van de succesvolste guerillalegers, opereert vanuit de binnenlanden van Bosnië. Hun leider, Josip Broz Tito, roept op deze datum de Federatieve Volksrepubliek Joegoslavië uit in het Bosnische Jajce. Van daaruit vecht het leger zich tegen de Duitse en Italiaanse bezetter op een steeds groter wordend grondgebied.
1945-1980 Na het einde van de oorlog ligt Joegoslavië in puin. Tito wordt behalve leider van de communisten ook leider van het land. Allereerst met een streng communistisch regime (voornamelijk om nationalistische tegenstellingen de kop in te drukken), maar nadat in 1953 een hongersnood dreigt, gooit hij het roer om, breekt met Stalin en de Sovjet-Unie, en gaat zich meer op het westen richten. Ook wordt de vrijheid van meningsuiting verder uitgebreid. Doordat dit communistisch land zich zo op het westen richt, komt Joegoslavië in deze Koude Oorlog tussen de 2 vuren in te zitten, hetgeen resulteert in flinke bewapening door beide partijen: Joegoslavië wordt een van de beste bewapende staten ter wereld.
Het land verandert zijn naam in Socialistische Federatieve Republiek Joegoslavië
Met de opkomst van het toerisme in het algemeen profileert Joegoslavië zich als vakantiebestemming. Veel mensen gaan naar de kusten van Kroatië, Slovenië en Montenegro, maar ook het binnenland van Bosnië met veel ongerepte natuur en oude steden krijgt veel aandacht. Door deze toestroom en de handel met het westen, bloeit de Joegoslavische economie op, en wordt het land relatief welvarend. Ook Bosnië-Herzegovina profiteert ervan door middel van een verbetering van infrastructuur (asfaltering van wegen, verbetering van spoorlijnen).
In 1974 voert Tito een grondwetswijziging door, die de Servische provincies Kosovo-Metohija en Vojvodina autonomie geeft, en de Bosnische moslims als aparte bevolkingsgroep erkent.
4 mei 1980 In een ziekenhuis in Ljubljana overlijdt Tito. Hij wordt in Belgrado begraven. Omdat er geen goede opvolger is, is er door hem nog voor zijn dood een presidium ingesteld, dat bestaat uit 8 vertegenwoordigers van alle republieken en provinciëen dat het land moet gan leiden.
1984 Joegoslavië en Bosnië-Herzegovina in het bijzonder worden wereldnieuws als in Sarajevo de Olympische Winterspelen worden gehouden in de stad en de bergen eromheen.
2e helft jaren 80 Ook Joegoslavië wordt getroffen door de wereldwijde economische crisis. Als gevolg hiervan, brokkelt het gezag in Belgrado langzaam af (geholpen door de politiek ontwikkelingen in Oost-Europa), en krijgen nationalistische enb seperatistische stromingen meer en meer de overhand in alle republieken.
1990 Bij verkiezingen wordt Alija Izetbegović gekozen tot president, en zijn moslim-partij SDA tot regeringspartij van Bosnië-Herzegovina
26 juni 1991 Slovenië en Kroatië roepen op deze datum hun onafhankelijkheid uit. Als reactie daarop valt het Joegoslavische leger deze republieken binnen. In Slovenië duurt de actie nog geen 14 dagen, maar in Kroatië barst deze in alle hevigheid los. Gesteund door nationalistische Servische bewegingen die alle Serviërs willen herenigen in een groot-Servië, bevechten Servische inwoners van Kroatië de nieuwe staat, en richten hun eigen staat op: Srpska Krajina. Het leger gebruikt bases vanuit Bosnië (dat dan nog tot Joegoslavië behoort), voor aanvallen op Kroatië: Zo wordt Trebinje gebruikt voor mortieranvallen op Dubrovnik.
Hoewel het lang goed gaat, komt het ook in Bosnië-Herzegovina steeds meer tot etnisch geweld.
5 april 1992 Izetbegović roept de onafhankelijkheid uit, uit angst voor overheersing vanuit buurland Joegoslavië. Vele tienduizenden Moslims, Kroaten en Serviërs gaan die dag in Sarajevo de straat op, om te demonstreren tegen oorlog en het etnisch geweld in het land. De demonstratie wordt uiteengeslagen door Servische knokploegen, later door scherpschutters, geholpen door troepen van het Joegoslavische leger dat zich in de bergen romdom Sarajevo heeft verschanst. Dit is de aanzet tot de burgeroolog. Als enkele maanden later de Serviërs in het land zich met de Republika Srpska afscheiden van de rest, is de tweedeling en de frontvorming een feit. De hoofdstad van Srpska wordt het dorpje Pale, niet ver ten oosten van Sarajevo, de eerste president is Karadžić
De burgerloorlog leidt niet alleen tot vele slachtoffers en kapotgeschoten huizen, maar ook tot 'etnische' zuivering: Mensen van een andere afkomst worden gedwongen om te verhuizen uit het gebied, of in kampen gestopt. Ook zijn er gebieden waarin Moslims tegen Kroaten vechten (in sommige gevallen wordt een van beiden gesteund door Serviërs). In het noordwesten van het land breekt onder Fikret Abdić een opstand uit, tegen Izetbegović, en zo wordt er ook door Moslims onderling gevochten. In het zuiden tenslotte roepen de Kroaten eenzijdig hun eigen republiek Herceg-Bosna uit. met als uiteindelijk doel aansluiting bij Kroatië. In 1995 wordt deze onder druk van de VN weer opgeheven, en weer bij Bosnië-Herzegovina gevoegd.
Wel ontbrandt er in Srpska nog een machtsstrijd: Het oostelijke deel is conservatiever, het noordelijke wat toeschietelijker m.b.t. de vrede. Uiteindelijk krijgt het noordelijke deel de overhand, en wordt de hoofdstad verplaatst van Pale naar Banja Luka.
11 juli 1995 De val van de "safe-haven" Srebrenica. Duizenden moslimmannen worden vermoord of zijn nog altijd vermist.
1995 In 1995 wordt er na vele onderhandelingen, waarbij ook de Kroatische president Tuđman en de Servische president Milošević betrokken zijn, het verdrag van Dayton gesloten. Dit verdrag verenigt de Moslims en Kroaten in een Federatie, terwijl de Serviërs wel hun eigen deelrepubliek Srpska houden. De frontlijn wordt een inter-entiteitengrens, en in de komende paar jaren verdwijnen langzermhand de controleposten, zodat conform het verdrag, vrij verkeer tussen de entiteiten normaal wordt. Ook wordt de infrastructuur (zoals wegen, maar ook communicatie) langzaam hersteld tussen de entiteiten en in het land zelf.
Eveneens in dit jaar (augustus) start het Kroatische leger een offensief om Serviërs te verjagen uit Krajina en uit Slavonië/Baranja. Tijdens deze operatie "Oluje" (Tornado), vluchten veel Serviërs naar Srpska, iets wat de stabiliteit van de regio niet ten goede komt. Toch komt het niet opnieuw tot oorlog.
Afgezien van sporadische incidenten is de vrede sinds 1995 gehandhaafd in het land. De SFOR (onderdeel van de NAVO, maar opererend onder mandaat van de VN) is de 'internationale politie' die het toezicht houdt op de naleving van het akkoord, en ingrijpt als een van de partijen zich probeert los te maken van Bosnië-Herzegovina. De bedoeling is dat SFOR uiteindelijk de taken uit handen geeft aan een Europese politiemacht.
5 oktober 2002 Bij verkiezingen voor parlementen en presidenten winnen de nationalistische partijen
4 februari 2003 Het buurland Joegoslavië houdt op te bestaan, vooraan staat het land bekend als de "Unie Servië-Montenegro". De naam Joegoslavië verdwijnt na ongeveer 80 jaar uit de atlassen.
19 oktober 2003 Voormalig president Alija Izetbegović overlijdt.
23 juli 2004 De oude brug van Mostar wordt heropend.
11 maart 2006 Slobodan Milošević overlijdt in zijn cel in de Scheveningse gevangenis.
3 juni 2006 Montenegro verklaart zich onafhankelijk en vormt een nieuwe buurstaat van Bosnië-Herzegovina.
26 februari 2007 Het Internationaal Gerechtshof bepaalt dat er sprake was van genocide, maar da Servië niet schuldig is.
22 juli 2008 Radovan Karadžić is gearresteerd in Servië
Bezoek ook de startpagina over de geschiedenis van Bosnië-Herzegovina
[Print] [Index]